
Je spaargeld staat veilig op de bank. Toch koop je er elk jaar minder voor. Dat komt doordat de prijzen harder stijgen dan de rente die je bank betaalt. In augustus 2026 lagen de prijzen 3,3 procent hoger dan een jaar eerder, terwijl de grootbanken 1,25 tot 1,50 procent rente geven. Het gat daartussen is jouw verlies, en dat verlies loopt stil door.
In dit artikel lees je hoe groot dat gat nu is, wat er de komende jaren met box 3 gebeurt en welke twee denkfouten de meeste spaarders tegenhouden. Daarna weet je precies welke stap jij als eerste zet.
Hoeveel koopkracht verlies je nu precies?
Begin bij de twee cijfers die het verschil maken. Het CBS meldde over augustus 2026 een inflatie van 3,3 procent. In juli was dat 3,2 procent. Wonen, energie en vervoer duwen dat cijfer omhoog.
Daar tegenover staat de spaarrente. Rabobank verhoogde die op 5 augustus 2026 naar 1,50 procent over de eerste 10.000 euro. ING en ABN AMRO zitten allebei op 1,25 procent en houden dat tarief al ruim een jaar vast. Vergelijk je meer banken, kijk dan ook naar de hoogste spaarrentes in Nederland.
Trek die twee van elkaar af en je houdt ongeveer 1,8 procent verlies per jaar over. Op 50.000 euro betekent dat 750 euro rente tegenover 1.650 euro prijsstijging. Je saldo groeit dus, maar je koopt er ruim 900 euro minder voor dan vorig jaar.
Zet dat door over tien jaar en het loopt hard op. Wat vandaag 50.000 euro waard is, voelt dan als ruim 41.000 euro aan boodschappen, huur en vakanties. De bank rekent dat nooit voor je uit, want op je afschrift blijft het bedrag netjes stijgen.
Waarom voelt dit verlies zo onzichtbaar?
Verlies dat je ziet doet pijn. Een koers die daalt, merk je meteen. Maar inflatie werkt anders, want daar verandert het getal op je rekening juist niet.
Precies daarom stellen zoveel mensen het uit. Er gebeurt niets alarmerends, dus er is ook geen moment waarop je in actie komt. Ondertussen schuift de waarde van je geld elke maand een stukje weg. Wil je snappen hoe dat mechanisme werkt, lees dan onze uitleg over inflatie in Nederland.
In mijn gratis live webinar laat ik dit met een rekenvoorbeeld zien op jouw eigen bedragen. Je ziet dan in één oogopslag wat stilstaand geld jou per jaar kost. Meld je gratis aan voor het webinar en reken het zelf mee.
Wat verandert er in box 3 in 2027 en 2028?
Naast inflatie speelt de belasting mee. In 2026 is het heffingsvrij vermogen 59.357 euro per persoon en 118.714 euro met fiscaal partner. Over alles daarboven betaal je 36 procent belasting over een aangenomen rendement. Voor spaargeld rekent de fiscus met ongeveer 1,28 procent, voor beleggingen met 6,00 procent.
Volgens de huidige wet gaat het heffingsvrij vermogen in 2027 naar 60.098 euro. Het kabinet stelde op 29 september 2026 iets heel anders voor: verlagen naar 30.846 euro per persoon en 61.692 euro samen, plus een forfait op overige bezittingen dat 1,5 procentpunt omhoog gaat. De Tweede Kamer moet daar nog over stemmen.
Gaat dat voorstel door, dan komen veel meer huishoudens boven de vrijstelling uit. Een spaarder met 80.000 euro betaalt nu niets en straks wel. Meer cijfers staan in ons artikel over Prinsjesdag 2026 en box 3.
Vanaf 2028 gaat het stelsel echt op de schop. Je betaalt dan belasting over je werkelijke vermogenswinst in plaats van over een aangenomen rendement, met een heffingsvrij resultaat van 1.000 euro per persoon. Wat dat voor beleggers betekent, leggen we uit in box 3 in 2028.
Fout 1: waarom wacht je tot je alles begrijpt?
De meeste mensen stellen hun eerste stap uit omdat ze denken dat ze eerst alles moeten snappen. Ze lezen over spreiding, dividendlek, valutarisico en obligaties, en raken vooral het overzicht kwijt.
Maar je hebt die kennis niet nodig om te starten. Je hebt een plan nodig waarin elke euro een doel heeft, en daarna een paar simpele handelingen die je herhaalt. De rest leer je gaandeweg, met echt geld en echte keuzes.
Wachten kost bovendien het meest waardevolle dat je hebt: tijd. Rendement op rendement doet zijn werk alleen als je het de ruimte geeft. Speel er zelf mee in onze rente op rente calculator.
Fout 2: is het sparen of beleggen?
De tweede denkfout zit in dat woordje of. Mensen behandelen sparen en beleggen als twee kampen waaruit je kiest. In de praktijk vullen ze elkaar aan.
Geld dat je binnen vijf jaar nodig hebt, hoort op een spaarrekening. Denk aan je buffer, een nieuwe auto of de verbouwing van volgend jaar. Daar telt zekerheid zwaarder dan rendement, dus daar accepteer je die 1,25 procent gewoon.
Geld dat langer blijft staan, verdient een andere plek. Dat deel heeft tijd, en tijd is precies wat je nodig hebt om schommelingen uit te zitten. Twijfel je over de verdeling, lees dan onze gids sparen of beleggen.
Hoe geef je elke euro een taak?
Zodra elke euro een taak heeft, verdwijnt de twijfel vanzelf. Je vraagt je niet langer af of je te veel spaart, want je weet waarvoor elk potje bedoeld is.
Start met je buffer. Drie tot zes maanden vaste lasten op een aparte spaarrekening is een veelgebruikte vuistregel. Dat bedrag blijft liggen en dat is precies de bedoeling.
Bepaal daarna je doelen met een termijn erbij. Een keuken over twee jaar is iets heel anders dan eerder stoppen met werken over twintig jaar. Korte doelen houd je liquide, lange doelen laat je groeien. Wil je weten hoe je meer overhoudt om te verdelen, lees dan onze tips om een buffer op te bouwen.
Pas daarna kies je waar het lange geld heen gaat. Voor de meeste mensen is een brede indexbelegging de eenvoudigste route. In ETF beleggen voor beginners lees je hoe je die eerste stap zet.
Waarom geeft een vast systeem meer rust dan losse tips?
Losse tips helpen even. Je leest iets, je voelt je opgelucht, en een week later weet je weer niet of je op koers ligt. Dat komt doordat een tip geen samenhang heeft.
Een systeem heeft dat wel. Je weet hoeveel er maandelijks binnenkomt, waar het heen gaat, welk doel het dient en wanneer je bijstuurt. Daardoor neem je beslissingen op basis van je plan in plaats van op basis van het nieuws van die dag.
Dat is de kern van het Geld Koers Systeem. Je brengt eerst je hele geldbeeld in kaart, daarna hangt elke euro aan een doel, en pas als laatste kies je de producten. Die volgorde voorkomt dat je begint met een broker terwijl je nog niet weet waarvoor je belegt.
Wat is de eerste stap die vandaag verschil maakt?
Pak je bankapp erbij en noteer drie getallen: je totale spaargeld, je vaste lasten per maand en het bedrag dat maandelijks overblijft. Dat kost een kwartier en het levert direct overzicht op.
Vergelijk je buffer daarna met die drie tot zes maanden vaste lasten. Zit je daar ruim boven, dan staat er geld stil dat een taak mist. Precies dat deel verliest nu elk jaar koopkracht.
Weet je daarna niet welke richting logisch is? In het gratis live webinar loop ik de hele volgorde met je door, van buffer tot beleggingsplan. Schrijf je in voor het gratis webinar en zet je eerste stap met een plan in plaats van een gok.
Veelgestelde vragen
Ik licht graan een aantal veelgestelde vragen toe:
Verlies ik echt geld door te sparen?
In euro's niet, in koopkracht wel. Je saldo groeit met de rente, maar de prijzen stijgen harder. Je koopt er volgend jaar dus minder voor.
Hoeveel spaargeld is genoeg?
Drie tot zes maanden vaste lasten als buffer is een veelgebruikte vuistregel. Daar telt zekerheid zwaarder dan rendement. Alles daarboven heeft een taak nodig.
Moet ik dan alles gaan beleggen?
Nee. Geld dat je binnen vijf jaar nodig hebt, houd je op een spaarrekening. Alleen het deel dat langer blijft staan, geef je de tijd om te groeien.
Betaal ik straks eerder box 3 belasting?
Als het voorstel van 29 september 2026 doorgaat wel. Het heffingsvrij vermogen halveert dan bijna, waardoor veel meer huishoudens erboven uitkomen.
Wat gebeurt er in 2028 met box 3?
Je betaalt dan belasting over je werkelijke vermogenswinst in plaats van over een aangenomen rendement. Winst uit aandelen en fondsen telt mee boven 1.000 euro per persoon.
Wat is een realistisch rendement op lange termijn?
Een brede wereldindex leverde historisch ongeveer 7 procent per jaar op, gemiddeld en vóór inflatie. Sommige jaren staan flink in de min, dus reken met een horizon van tien jaar of langer.
Waar begin ik als ik nog nooit belegd heb?
Breng eerst je geldbeeld in kaart, bepaal daarna je doelen met een termijn, en kies pas als laatste een product. Het gratis live webinar loopt die volgorde met je door.
Meer weten? Investing Nomads helpt je graag verder.











