
Vermogensbelasting is de belasting die je in Nederland betaalt over je spaargeld en je beleggingen. Officieel heet dat box 3. Je betaalt niet over je echte winst, maar over een rendement dat de Belastingdienst aanneemt. In 2026 is je vrijstelling 59.357 euro per persoon en 118.714 euro met een fiscale partner. Het tarief is 36 procent.
Daarbovenop verandert er veel. Voor 2027 ligt er een voorstel dat de vrijstelling bijna halveert. En vanaf 2028 moet je over je werkelijke rendement gaan betalen. Hieronder zet ik alle drie de jaren op een rij, met de bedragen zoals ze er op 13 oktober 2026 bij staan.
Wat betaal je in box 3 in 2026?
Dit jaar staat vast. Deze vier cijfers bepalen je aanslag:
- Heffingsvrij vermogen: 59.357 euro per persoon, 118.714 euro met fiscale partner
- Aangenomen rendement op banktegoeden: 1,28 procent
- Aangenomen rendement op beleggingen en overige bezittingen: 6,00 procent
- Tarief over dat rendement: 36 procent
Het percentage voor beleggingen staat definitief vast. Dat voor spaargeld volgt de gemiddelde spaarrente van het jaar en gaat begin 2027 pas echt op slot. Voor schulden geldt voorlopig 2,70 procent.
Hoe rekent de Belastingdienst jouw rendement uit?
Een voorbeeld maakt het concreet. Stel je hebt 40.000 euro op je spaarrekening en 60.000 euro belegd, en je hebt geen fiscale partner.
Je aangenomen rendement is dan 512 euro over je spaargeld en 3.600 euro over je beleggingen. Samen 4.112 euro. Je grondslag is 100.000 euro en je vrijstelling 59.357 euro, dus telt ongeveer 41 procent van dat rendement mee. Je aanslag komt uit op 602 euro.
Wil je je eigen bedragen invullen, gebruik dan de box 3 calculator. Die zet 2026, 2027 en 2028 naast elkaar. Stap voor stap meerekenen doe je op vermogensbelasting berekenen.
Waarom telt beleggen zoveel zwaarder dan sparen?
Omdat de fiscus twee heel verschillende percentages gebruikt. Spaargeld telt tegen 1,28 procent, beleggingen tegen 6,00 procent. Dat is bijna vijf keer zoveel.
Dezelfde ton kost je dus veel meer belasting als je hem belegt. Dat voelt oneerlijk, want juist spaargeld verliest koopkracht door inflatie. Hoe dat uitpakt voor een gewone spaarrekening lees je op belasting over 100.000 euro spaargeld.
Wat verandert er in box 3 in 2027?
Hier zit op dit moment alle onrust. Op Prinsjesdag ging de vrijstelling nog licht omhoog, naar 60.098 euro per persoon. Op 29 september draaide het kabinet dat om.
In het voorstel zakt de vrijstelling naar 30.846 euro per persoon en 61.692 euro met partner. Dat is het niveau van 2020. Tegelijk gaat het percentage voor overige bezittingen omhoog van 6,37 naar 7,87 procent. Aandelen en ETF's vallen in die categorie, dus beleggers voelen die wijziging dubbel.
Het kabinet rekende zelf uit wat dit betekent. Ongeveer 1,2 miljoen mensen gaan voor het eerst box 3 betalen, gemiddeld zo'n 90 euro per jaar. De verlaging levert de schatkist ruim 396 miljoen euro op.
Waarom staat die 30.846 euro nog niet vast?
Omdat het een voorstel is en geen wet. Minister Heinen zei op 5 oktober in de Eerste Kamer dat dit bedrag niet de definitieve grens is. Senatoren noemden 50.000 euro per persoon redelijker.
In de Tweede Kamer haalde een motie om de verlaging voor 2027 te schrappen op 6 oktober geen meerderheid. Wel kreeg een motie steun om de vrijstelling vanaf 2028 te verhogen. Het kabinet schreef op 9 oktober dat het uiterlijk 2 november laat weten wat er verandert. De novelle moet daarna vóór 31 december door de Eerste Kamer.
Mijn eigen lijn hierin is nuchter. Verkoop niets op basis van een bedrag dat over drie weken anders is. De peildatum ligt op 1 januari, dus je hebt na 2 november nog ruim tijd.
Hoe werkt box 3 vanaf 2028?
Dan verdwijnt het forfait voor het grootste deel van je vermogen. Je betaalt over je werkelijke rendement, tegen 36 procent. Het kabinet koos voor een vermogenswinstbelasting en niet voor een vermogensaanwasbelasting.
Dat verschil is groot. Rente en dividend tellen elk jaar mee. Koerswinst telt pas mee op het moment dat je verkoopt. Je rekent dus af over winst die je echt binnenhaalt en niet over papierwinst.
Dit geldt vanaf 2028 voor alle financiële instrumenten, dus aandelen, obligaties en opties. Volgens het kabinet gaat het om ongeveer 90 procent van het vermogen met een waardeontwikkeling. De rest, zoals vastgoed en crypto, volgt in 2030.
Wat komt er in plaats van de vrijstelling?
Een heffingsvrij resultaat. De vrijstelling op je vermogen verdwijnt en er komt een vrijgesteld bedrag aan opbrengst voor terug. In het oorspronkelijke wetsvoorstel stond 1.800 euro, het kabinet wil daar 1.000 euro van maken.
Het verschil is wezenlijk. Bij een heffingsvrij vermogen telt een deel van je bezit niet mee. Bij een heffingsvrij resultaat is een deel van je opbrengst vrij. Alle details staan op box 3 in 2028.
Betaal je ook belasting als je verlies maakt?
In 2026 en 2027 wel. Het forfait kijkt niet naar je resultaat, dus in een slecht beursjaar betaal je gewoon door.
Er is één uitweg. De Hoge Raad oordeelde dat de Belastingdienst van je werkelijke rendement moet uitgaan wanneer dat lager uitvalt. Die tegenbewijsregeling geef je vanaf belastingjaar 2025 door in je aangifte. Over de jaren 2017 tot en met 2024 loopt een apart herstelproces. Je betaalt daarmee nooit meer dan bij het forfait, want de Belastingdienst gebruikt de voordeligste berekening.
Welke keuzes maken echt verschil?
De verdeling tussen sparen en beleggen weegt in 2026 en 2027 het zwaarst. De percentages liggen simpelweg ver uit elkaar. Vanaf 2028 draait dat om en telt vooral wat je echt verdient en wanneer je verkoopt.
Je fiscale partner telt ook mee. Samen verdubbelt je vrijstelling en je verdeelt de grondslag vrij over jullie aangiftes. Dat scheelt vaak meer dan welke fondskeuze dan ook. Waar jouw grens precies ligt lees je op hoeveel spaargeld je belastingvrij mag hebben.
Pas daarna komt het product. Je kosten betaal je elk jaar opnieuw, dus die wegen zwaar. Op wat kost een ETF reken ik dat uit. En in wat is dividendlekkage zie je de belasting die je verliest zonder dat je hem ooit op een aanslag terugziet. Begin je net, dan is ETF beleggen je startpunt.
Klaar om je eigen plan te bouwen?
Belasting is één onderdeel van je plan. Zelden het onderdeel dat je rendement maakt. Je doel, je horizon, je buffer en de vraag welk geld welke taak heeft wegen zwaarder.
In mijn gratis live webinar zet ik dat in één avond op een rij, inclusief uitgebreide Q&A. Daarna bouw je in een weekend je eigen systeem. Deelnemen kost niets en er is beperkt plek.
Veelgestelde vragen over vermogensbelasting
Hoeveel vermogensbelasting betaal je in 2026?
Je betaalt 36 procent over een aangenomen rendement van 1,28 procent op spaargeld en 6,00 procent op beleggingen. Dat geldt boven een vrijstelling van 59.357 euro per persoon.
Hoeveel vermogen mag je belastingvrij hebben?
In 2026 is dat 59.357 euro per persoon en 118.714 euro met een fiscale partner. Voor 2027 ligt er een voorstel van 30.846 euro per persoon, maar dat bedrag staat nog niet vast.
Wanneer is de peildatum voor box 3?
Op 1 januari. Alleen je vermogen op die ene dag telt mee voor dat belastingjaar.
Betaal je box 3 ook bij verlies?
In 2026 en 2027 wel. Valt je werkelijke rendement lager uit dan het forfait, dan geef je dat door via de tegenbewijsregeling. Vanaf 2028 telt je werkelijke resultaat standaard.
Tellen schulden mee in box 3?
Ja, boven een drempel trek je ze af van je bezittingen. De hypotheek op je eigen woning valt daar niet onder, want die zit in box 1.
Wat is het verschil tussen heffingsvrij vermogen en heffingsvrij resultaat?
Bij een heffingsvrij vermogen telt een deel van je bezit niet mee. Bij een heffingsvrij resultaat is een deel van je opbrengst vrijgesteld. Tot en met 2027 geldt het eerste, vanaf 2028 het tweede.
Moet ik mijn beleggingen voor 1 januari verkopen?
Zelden. Je levert dan zeker rendement in om onzekerheid te vermijden, terwijl de regel voor 2027 nog verandert.
Geldt box 3 ook voor crypto?
Ja, crypto telt mee als bezitting op de peildatum. In het nieuwe stelsel schuift crypto pas in 2030 door naar de belasting over werkelijk rendement.
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 13 oktober 2026 · Auteur: Nick van Belzen, oprichter en enige auteur van Investing Nomads. Nick belegt sinds 2012 en trade sinds 2018. Daarvoor werkte hij vijftien jaar in de scheepvaart en offshore. Investing Nomads is gevestigd in Groningen, KvK 92777708. Meer over Nick en onze werkwijze.
Bronnen en peildata: cijfers voor 2026 en de tegenbewijsregeling van de Belastingdienst. Het voorstel voor 2027 uit de Kamerbrief van 29 september 2026 en de antwoorden op Kamervragen bij het Belastingplan 2027. Het verslag van de Eerste Kamer van 5 oktober 2026, de stemmingen in de Tweede Kamer van 6 oktober 2026 en de kabinetsbrief van 9 oktober 2026. Het stelsel voor 2028 uit het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 en de novelle daarop. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.
Investing Nomads is een educatief platform. Nick van Belzen is geen financieel adviseur en beschikt niet over een vergunning van de AFM. Dit artikel vormt geen persoonlijk financieel, fiscaal of beleggingsadvies. Regels rond box 3 veranderen en persoonlijke situaties verschillen, dus schakel bij twijfel een gekwalificeerd fiscaal adviseur in. Fout gevonden? Mail info@investingnomads.nl, dan passen we het aan.











