
Prinsjesdag 2026 gaf geen antwoord op de vraag die veel spaarders en beleggers al jaren bezighoudt. Het kabinet parkeert de Wet werkelijk rendement en schuift de echte keuze over box 3 door naar de Voorjaarsnota van 2027. De onzekerheid duurt daarmee langer dan gepland.
Toch valt er genoeg te bespreken. Want ook in 2027 betaal je gewoon belasting over je spaargeld en je beleggingen. De percentages die de Belastingdienst daarvoor gebruikt, raken jouw portefeuille direct.
Dit artikel geeft uitleg en vormt geen persoonlijk financieel, fiscaal of beleggingsadvies. Belastingregels veranderen en jouw situatie is persoonlijk.
Wat besloot het kabinet op Prinsjesdag 2026 over box 3?
Het kabinet nam geen besluit. D66, VVD en CDA bereikten voor Prinsjesdag geen akkoord over het nieuwe stelsel. De Wet werkelijk rendement blijft daardoor liggen in de Eerste Kamer.
De coalitie schuift de keuze door naar de Voorjaarsnota van 2027. Invoering per 1 januari 2028 lijkt daarmee van tafel. Haagse bronnen noemen 2029 of later inmiddels realistischer.
Dat uitstel kost geld. Schattingen lopen op tot ongeveer 2,4 miljard euro per jaar aan misgelopen inkomsten. Die rekening moet ergens vandaan komen, en daarom is box 3 net zo goed een begrotingsdossier als een fiscaal dossier.
Waarom loopt Den Haag vast op deze ene vraag?
Het conflict gaat niet over de hoogte van het tarief. Het gaat over het moment waarop jij afrekent met de fiscus. Twee modellen strijden om voorrang.
Vermogensaanwas: elk jaar afrekenen over papieren winst
Bij een vermogensaanwasbelasting telt de waardestijging van je portefeuille ieder jaar mee. Stijgt je ETF van 100.000 naar 120.000 euro, dan hoort die 20.000 euro bij je belastbare rendement. Je verkocht niets, maar de fiscus rekent al af.
Voor de schatkist is dat aantrekkelijk, want het geld komt jaarlijks binnen. Voor jou betekent het een aanslag over vermogen dat nog volledig in de markt zit.
Vermogenswinst: pas afrekenen bij verkoop
Bij een vermogenswinstbelasting betaal je pas op het moment dat je verkoopt. Dat voelt logischer, zeker als je twintig jaar lang inlegt en nooit iets van de hand doet. Je rendement blijft dan volledig aan het werk.
Precies daar knelt het voor Den Haag. De inkomsten verschuiven jaren of zelfs decennia naar de toekomst. De coalitie neigt inmiddels naar dit model, al ligt de invulling nog open.
Welke regels gelden dan wel in 2027?
Zolang het nieuwe stelsel uitblijft, rekent de Belastingdienst door met forfaits. Dat zijn vaste percentages per soort vermogen, ongeacht je echte rendement. De peildatum blijft 1 januari.
De forfaitaire percentages voor 2027
Voor spaargeld gaat de fiscus uit van ongeveer 1,27 procent. Voor overige bezittingen, de categorie waar aandelen, obligaties, ETF's en crypto onder vallen, geldt 6,37 procent. Voor schulden rekent de Belastingdienst met ongeveer 2,85 procent.
Dat verschil is enorm. Beleggingen krijgen een vijf keer zo hoog verondersteld rendement als spaargeld. De definitieve percentages voor spaargeld en schulden volgen pas begin 2028.
Tarief, heffingsvrij vermogen en tegenbewijs
Het tarief in box 3 blijft naar verwachting 36 procent. Het heffingsvrij vermogen groeit mee met de indexatie en komt vermoedelijk rond 60.900 euro per persoon uit. Fiscale partners tellen dat bedrag bij elkaar op.
Viel je werkelijke rendement lager uit dan het forfait? Dan helpt de tegenbewijsregeling. Je geeft je echte rendement door en betaalt over dat lagere bedrag. Vooral na een zwak beursjaar scheelt dat serieus geld.
Hoeveel belasting betaal je over 150.000 euro?
Een rekenvoorbeeld maakt het concreet. Stel: je bent alleenstaand en je hebt 150.000 euro belegd in ETF's. Na aftrek van het heffingsvrij vermogen blijft ongeveer 89.100 euro over als grondslag.
De fiscus rekent daarover 6,37 procent verondersteld rendement, oftewel zo'n 5.676 euro. Daarvan gaat 36 procent naar de Belastingdienst. Je betaalt dus ruim 2.000 euro.
Zet je datzelfde bedrag op een spaarrekening, dan rekent de fiscus met 1,27 procent. De aanslag komt dan uit op ongeveer 407 euro. Hetzelfde vermogen, een verschil van meer dan 1.600 euro per jaar.
Moet je je portefeuille nu omgooien?
Nee. De plannen zijn nog geen wet. De Tweede Kamer en de Eerste Kamer stemmen er nog over, en de kern van het dossier ligt pas in het voorjaar van 2027 op tafel.
De grootste fout is niet dat je vandaag nog niet alle regels kent. De grootste fout is dat je reageert op politieke ruis terwijl een plan ontbreekt. Verkopen uit angst kost meestal meer dan welke belastingmaatregel dan ook.
Wat je beter laat liggen
Paniekverkopen levert zelden iets op. Alles ineens naar pensioenbeleggen schuiven ook niet, want je zet je geld dan jarenlang vast. En een BV oprichten enkel vanwege box 3 is een dure oplossing voor een probleem dat nog geen definitieve vorm heeft.
Wachten tot alles helder is, helpt evenmin. Die helderheid komt misschien nooit. Regels schuiven, rentes bewegen en markten bewegen mee. Tijd blijft juist je sterkste troef als lange termijn belegger.
Welk geld heeft welke taak?
Dit is de vraag die je verder brengt. Niet: hoe ontloop ik belasting? Maar: welke pot hoort bij welk doel?
Geld dat je binnen drie jaar nodig hebt, past niet in aandelen. Geld voor over twintig of dertig jaar blijft rustig staan. En geld voor je oude dag past soms beter in een fiscaal vriendelijke oplossing voor later.
Box 3 of pensioenbeleggen?
Pensioenbeleggen levert fiscaal voordeel op, maar je levert vrijheid in. Je geld zit vast tot je pensioendatum en toekomstige regels geven geen enkele garantie.
Beleggen in box 3 kost fiscaal meer, maar je komt er altijd bij. Eerder stoppen met werken, een verbouwing of een eigen bedrijf: die keuzes blijven open. Een bewuste verdeling werkt daarom vaak beter dan alles of niets.
Drie stappen die vandaag verschil maken
Begin met overzicht. Zet op een rij wat je spaart, wat je belegt, wat er in je pensioen zit en welke schulden meelopen. Tel daar de ruimte bij op die je maandelijks overhoudt.
Geef je geld daarna een taak. Een buffer voor pech, een pot voor de korte termijn en een pot voor later. Zodra elke euro een doel heeft, voelt een politieke koerswijziging veel minder bedreigend.
Houd je systeem tot slot simpel. Automatisch inleggen, lage kosten, brede spreiding en een plan voor dalingen. Zo'n aanpak blijft werken, ook als Den Haag opnieuw aan de knoppen draait.
Veelgestelde vragen over box 3 en Prinsjesdag 2026
We lichten graag een aantal veelgestelde vragen toe:
Gaat de belasting op werkelijk rendement helemaal niet door?
Het plan ligt niet in de prullenbak, maar wel stil. Het kabinet hakt de knoop pas door bij de Voorjaarsnota van 2027. Invoering per 2028 lijkt daarmee onhaalbaar.
Betaal ik in 2027 belasting over winst die ik niet verzilverde?
In 2027 geldt nog het forfaitaire stelsel. De fiscus kijkt naar de waarde van je vermogen op 1 januari en rekent met vaste percentages. Je echte koerswinst speelt geen rol, tenzij je via de tegenbewijsregeling aantoont dat je rendement lager uitviel.
Wat is het heffingsvrij vermogen in 2027?
Op basis van de indexatie ligt dat rond 60.900 euro per persoon. Fiscale partners komen samen uit op ongeveer 121.800 euro. De officiële stukken geven daarover het laatste woord.
Is spaargeld nu slimmer dan beleggen?
Fiscaal oogt spaargeld vriendelijker, want het forfait ligt veel lager. Over twintig jaar levert een breed gespreide portefeuille historisch gezien echter fors meer op dan een spaarrekening. Een belastingpercentage vertelt nooit het hele verhaal.
Wanneer weet ik meer over het nieuwe stelsel?
De Voorjaarsnota van 2027 is het eerstvolgende moment met echt nieuws. Tot die tijd blijven de huidige regels leidend.
Wil je leren hoe je een rustgevend financieel plan bouwt met ETF's, ook als de regels blijven schuiven? Meld je dan aan voor het gratis live webinar van Investing Nomads. Daarin lopen we overzicht, doelen, risico, kosten, brokerkeuze en ETF selectie stap voor stap door.











